Heidense heiligdommen in Fryslân
Door Boppo Grimmsma

Heiligdommen in de natuur
Volgens de Romeinse geschiedschrijver Tacitus wijden de Germanen hun goden op heilige plekken in de natuur. Uit middeleeuwse bronnen, zoals het 9e eeuwse Indiculus superstitionem en de wetsbepalingen die Karel de Grote vanaf 775 opstelde om het heidendom te bestrijden, kunnen we drie typen heilige plekken onderscheiden:
· Heuvels, rotsen en stenen;
· Stromende rivieren, meren, veenmoerassen en bronnen;
· Bossen en bomen.

Nederland kent nog een redelijk aantal heiligdommen die terug gaan op de heidense tijd.
Hieronder staat een opsomming van de verschillende soorten heiligdommen:

1. Heuvels waarbij de naam een aanwijzing is voor een heidense oorsprong
Zonnebergen zonne-offerplaats
Manebergen mane-offerplaats
Wodansbergen /Godensbergen* aan Wodan gewijd
Donderbergen aan Donar gewijd
Materberg aan moedergodinnen gewijd
Hemelse bergen aan Heimdal gewijd
Paasbergen gewijd aan de lente/Ostara
Helsbergen gewijd aan Hel
Hengstbergen vruchtbaarheidsoffers
* De "G" van "Goden" in het tweede woord is door een klankverschuiving veranderd vanuit Woden.
2. Tafelbergen (heuvels met een afgeplatte kegelvorm).
3. Offerstenen.
4. Duivelsstenen (met "voetstappen" of "bloedend").
5. Heilige bomen (de boom moet een ouder exemplaar vervangen hebben wil hij terug gaan tot heidense tijden).
6. Heilige bossen.
7. Heilige bronnen en putten.
8. Duivelsdalen, -meren, -bossen, -bergen.
9. Kinderbomen, -putten, -stenen, -bergen.
Overige heidense elementen
10. Klokputten (Ongewijde klokken)
In allerlei sagen spelen 'ongewijde klokken' een rol. Dat de verhalen over deze klokken een heidense oorsprong kunnen hebben bewijst Saxo Grammaticus (~1150-1220), de geschiedschrijver der Denen. Hij vertelt dat bij heidense feesten in Uppsala klokken werden gebruikt. (Schuyf 1995: 64)
11. Kerken gebouwd op heidense plaatsen
12. Spijkerbomen en lapjesbomen (als genezende bomen)


Plaatsen die met heidense gebruiken in verband gebracht kunnen worden in Friesland

Stromende rivieren, meren, veenmoerassen en bronnen

· Op Helgoland, waar Forseti (zoon van Balder) vereerd werd, bevond zich een heilige bron, waaruit slechts zwijgend geput mocht worden. (Halbertsma 1984)

· Tijdens het bewind van Redbad werden twee knapen geofferd door ze tijdens eb op het strand aan een paal vast te binden, waardoor ze door het opkomen tij zouden verdrinken. De locatie is onbekend. (Halbertsma 1984)

· In de veengebieden in Friesland zijn "veenlijken" en depots van voorwerpen gevonden die daar geofferd waren. De vondstlocatie van de veenlijken is in een riviertje bij Westergeest zijn onbekend (Bos 1995)

· In de sage die het ontstaan van het recht in Friesland beschrijft komt een god voor met een gouden bijl. Met deze bijl stuurt hij een schip aan land, laat een bron ontspringen en verkondigt het Friese recht. Deze bron wordt Axenhowe genoemd. Door sommigen wordt deze god als Forseti gezien, door anderen als Donar. De locatie is onbekend. (De Vries 1957)

· Vruchtbaarheid werd in het volksgeloof vaak verbonden aan putten. Er stond onder in de put vaak een boom waarin de baby's hingen. Vaak moesten de ouders een tocht over het water ondernemen, vaak naar een plaats ten noorden van de woonplaats waar ze hun kinderen zouden aantreffen. (In het Germaanse geloof lag de hel ook in het Noorden.) . (Schuyf 1995) Van Stavoren moest men over water naar het Rode Klif om kinderen te halen.

· Bij Nes op Ameland ligt een natuurlijke poel, de Willibrordsdobbe, die door de inwoners voorgesteld wordt als heilige bron. (Schuyf 1995)

Bossen en bomen
Veel Germaanse heiligdommen lagen in open plekken in bossen, die al dan niet omheind waren (Schuyf 1995) De Friese heiligdommen uit de Romeinse tijd van Nerthus en Baduhenna lagen in wouden. De locatie van deze wouden is onbekend. (Derolez 1959) Sommige auteurs menen het woud van de Friese krijgsgodin Baduhenna het latere Heilo was. (Halbertsma 2000)

De verbinding van bomen met vruchtbaarheid vinden we terug in het volksgeloof dat baby's in bomen hangen. Vaak zijn die bomen hol. Volgens Waling Dykstra heet het dat in het noorden van Friesland de kleine kinderen uit een holle boom (de boom van vrouw Holle) gehaald worden. Deze boom stond ergens in de wouden. (Dykstra 1895) In Roordahuizen, Achlum, Dronrijp, Langweer en IJsbrechtum vervulde de dorpslinde deze rol. (Schuyf 1995)


Heuvels, rotsen en stenen
In Bergum ligt een grote afgeplatte kei die de Poppestien heet. De naam en de functie van de steen, het leveren van baby's, wordt beschreven in een 13e eeuwse spreuk. Het geloof dat kinderen uit stenen komen, komt alleen in het noorden van Nederland voor.


Poppestien in Burgum

Ook uit Leek, Rinsumageest, Oenkerk en Urk kennen we kinderstenen. (Schuyf 1995)

In Oudega ligt de Blauwe Steen die al op een kaart uit 1664 aangegeven is. In de volksoverlevering worden de krassen op de steen in verband met sabelslagen gebracht.

Ook bergen of heuvels spelen een rol in vruchtbaarheid. Op Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog komen de kinderen uit duinen. (Schuyf 1995)

Heidense klokken
Bij de wijding van het inmiddels in het IJsselmeer verdronken klooster Sint-Odolf in Stavoren, was men vergeten de klokken te wijden. Door toedoen van de duivel vielen de twee klokken in het water. De een kwam terecht in de Fluessen en de ander in het water bij de Galama-dammen. Volgens de volksoverlevering horen vissers daar op stille nachten klokken luiden. Deze klokken zouden de aanwezigheid van een heidens heiligdom in de buurt van Stavoren kunnen wijzen. (Schuyf 1995)

Plaatsen met het deel "Hel" in de naam
Uit onderzoek blijkt dat plekken met Helnamen in Nederland voor het grootste deel aan de noordzijde van de dichtstbijzijnde bebouwingscentra liggen. Vaak lag er een waterpoel die dan gezien werd als de poort tot de Hel. In het oud-Saksisch heet deze deur "helldor".
De Germanen lokaliseerden het dodenrijk in het Noorden, terwijl dit bij de christelijke voorstellingen geen rol speelde. De naam van het sterrenbeeld de Grote Beer, die door de Germanen ter oriŽntatie van het Noorden gebruikt werd, was "Helwagen". Ook uit de mythen blijkt Hel in het Noorden te liggen. In heidense grafvelden liggen de skeletten in een Noord-Zuid ligging, wat ook weer wijst op het geloof dat het dodenrijk in het Noorden lag (christelijke graven hebben een Oost-West ligging). Namen met het deel "Hel" in Friesland zijn onder andere: Rohel bij St. Jansga, Augustinusga, Bolsward en Slappeterp. En Healbird bij oudkerk (Huisman, 1953)

Literatuurlijst:
Bos, J. M., Archeologie van Friesland, Stichting Matrijs, Utrecht, 1995
Derolez, R.L.M., De Godsdienst der Germanen, Roermond, 1959
Dykstra, W., Uit Friesland's Volksleven, Van Vroeger en Later, tweede deel, 1895
Halbertsma, H., Het heidendom waar Luidger onder de Friezen mee te maken kreeg, in: Sierksma, Kl. (red.), Liudger 742-809, Muiderberg 1984
Halbertsma, h., Frieslands Oudheid, Stichting Matrijs, Utrecht, 2000
Schuyf, J., Heidens Nederland, Zichtbare overblijfselen van een niet-christelijk verleden, Stichting Matrijs, Utrecht, 1995
Vries, J. de, Altgermanische Religionsgeschichte, band II, Berlin, 1957

Terug